Citaat | Hoge Raad 5 april 2019
Onder 3.2.2 Hoge Raad 5 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:504.
3.6.4.6. [De vrouw] heeft gesteld dat de met uitsluiting verkregen gelden zijn geïnvesteerd in de echtelijke woning, maar naar het oordeel van het hof is niet komen vast te staan dat de verbouwingen voor een bedrag van € 30.000,-- (nog daargelaten dat niet vaststaat in hoeverre sprake is geweest van onderhoudswerkzaamheden dan wel investeringen ter verbetering van de woning) ná t ontvangen van de schenkingen hebben plaatsgevonden. [De vrouw] verwijst ter onderbouwing van haar stelling naar de verkoopbrochure van de woning. Hierin is vermeld (…). Deze brochure kan niet dienen ten bewijze van de stelling van [de vrouw]. Tegenover die stelling heeft [de man], onderbouwd en voldoende gemotiveerd gesteld dat de grootschalige verbouwing reeds eerder was aangevangen. (…) Tegenover deze gemotiveerde betwisting heeft [de vrouw] niets aangevoerd dat haar stelling nader kan onderbouwen. Het vorenstaande leidt daarom tot het oordeel dat de schenkingen, waarvan de eerste heeft plaatsgevonden op 3 november 2002, niet geacht worden te zijn besteed aan de verbouwing van de woning.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aed59c9d4e116a5f37675f11a58ff358174fe9b471020da5dc6786bfad18521b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aed59c9d4e116a5f37675f11a58ff358174fe9b471020da5dc6786bfad18521b, en de alinea staat in dat document op bytes 11415 tot 12517.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aed59c9d4e116a5f37675f11a58ff358174fe9b471020da5dc6786bfad18521b | shasum -a 256