Citaat | Hoge Raad 5 april 2019

Onder 3.3.1 Hoge Raad 5 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:504.

De onderdelen 2.1.1, 2.1.2 en 2.1.4-2.1.6 van het middel (onderdeel 1 bevat geen klachten) klagen naar de kern genomen dat het hof heeft miskend dat een echtgenoot die privévermogen in de gemeenschap heeft gestort, waardoor de gemeenschap is gebaat, een vordering ter hoogte van die storting krijgt op de gemeenschap. Daarbij is niet van belang waaraan de gelden vervolgens door of namens de gemeenschap worden besteed. Het ligt op de weg van de andere echtgenoot om feiten en omstandigheden te stellen en te bewijzen die meebrengen dat de vordering op de gemeenschap is verminderd of tenietgegaan of niet geldend kan worden gemaakt, aldus deze klachten. Onderdeel 2.2 bevat een hierop voortbouwende klacht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aed59c9d4e116a5f37675f11a58ff358174fe9b471020da5dc6786bfad18521b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aed59c9d4e116a5f37675f11a58ff358174fe9b471020da5dc6786bfad18521b, en de alinea staat in dat document op bytes 14378 tot 15099.