Citaat | Hoge Raad 5 april 2019
Onder 3.3.3 Hoge Raad 5 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:504.
Voor zover echter uit het gemeenschapsvermogen privéschulden van de vrouw zijn voldaan, is zij op grond van art. 1:96 lid 5 (voorheen lid 4) BW gehouden tot vergoeding van het daarmee gemoeide bedrag aan de gemeenschap. In dat geval zal de hiervoor in 3.3.2 (slot) bedoelde vergoedingsvordering van de vrouw verrekend kunnen worden met haar schuld uit hoofde van art. 1:96 lid 5 BW.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aed59c9d4e116a5f37675f11a58ff358174fe9b471020da5dc6786bfad18521b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aed59c9d4e116a5f37675f11a58ff358174fe9b471020da5dc6786bfad18521b, en de alinea staat in dat document op bytes 17586 tot 17983.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/aed59c9d4e116a5f37675f11a58ff358174fe9b471020da5dc6786bfad18521b | shasum -a 256