Citaat | Hoge Raad 5 april 2019

Onder 3.3.4 Hoge Raad 5 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 5 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:504.

Volledigheidshalve wordt nog opgemerkt dat denkbaar is dat de vrouw minder heeft bijgedragen aan de kosten van de huishouding dan waartoe zij in haar verhouding tot de man op grond van art. 1:84 BW gehouden was. In dat geval – ter zake waarvan de stelplicht en bewijslast eveneens op de man rusten – heeft (niet de gemeenschap maar) de man aanspraak erop dat de vrouw het tekort aan hem vergoedt. Een dergelijke vordering op grond van art. 1:84 BW is in deze zaak echter niet aan de orde. In de praktijk zal een zodanige vordering vaak verdisconteerd kunnen worden bij de verdeling van de gemeenschap tussen de echtgenoten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/aed59c9d4e116a5f37675f11a58ff358174fe9b471020da5dc6786bfad18521b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt aed59c9d4e116a5f37675f11a58ff358174fe9b471020da5dc6786bfad18521b, en de alinea staat in dat document op bytes 19990 tot 20630.