Citaat | Hoge Raad 18 januari 2019
Onder 3.3 Hoge Raad 18 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:51.
Het middel klaagt dat het oordeel van het hof, zonder nadere motivering, die ontbreekt, in strijd is met een fundamenteel rechtsbeginsel zoals neergelegd in art. 6 EVRM en dat het hof een ongeoorloofde verrassingsbeslissing heeft genomen door [verzoeker] uit het ambt te ontzetten. Als de rechter besluit tot een verzwaring van de opgelegde sanctie van een aard en omvang als in de onderhavige zaak, behoort de rechter dat niet te doen dan nadat aan de belanghebbende de gelegenheid is gegeven om zich hierover uit te laten. In de onderhavige procedure is echter noch door een der partijen noch door het hof enige aandacht besteed aan de vraag of er aanleiding was niet met waarschuwingen en/of berispingen te volstaan. Nu in de onderhavige zaak sprake is van een schending van fundamentele rechtsbeginselen, kan het rechtsmiddelenverbod van art. 94 lid 1 Wna worden doorbroken, aldus nog steeds het middel.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc2e5be08728e1368af738ba3a43e2d4d19f0cfc1f24a3953d3790b4df91bada. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc2e5be08728e1368af738ba3a43e2d4d19f0cfc1f24a3953d3790b4df91bada, en de alinea staat in dat document op bytes 9727 tot 10660.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc2e5be08728e1368af738ba3a43e2d4d19f0cfc1f24a3953d3790b4df91bada | shasum -a 256