Citaat | Hoge Raad 18 januari 2019
Onder 3.4.2 Hoge Raad 18 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:51.
De tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt van notaris, zoals in dit geval door het hof is opgelegd, heeft gevolgen voor de bevoegdheid om een beroep uit te oefenen, ook in geval de desbetreffende notaris reeds is gedefungeerd, nu deze maatregel op grond van art. 103lid 8 Wna meebrengt dat de betrokkene niet meer tot notaris of tot waarnemer kan worden benoemd of aan een notaris kan worden toegevoegd. Een beslissing van het gerechtshof tot oplegging van de tuchtmaatregel van ontzetting uit het ambt valt derhalve binnen de reikwijdte van art. 6 lid 1 EVRM (vgl. EHRM 27 juni 1997, nr. 19773/92 (Philis v. Greece, No. 2), rov. 45), hetgeen meebrengt dat de in art. 94 lid 1 Wna vervatte afwijking van 78 Wet RO buiten toepassing wordt gelaten indien aan het cassatieberoep ten grondslag is gelegd dat de rechter bij de behandeling van de zaak die tot die oplegging heeft geleid het door art. 6 EVRM gegarandeerde recht op een eerlijke en onpartijdige behandeling heeft veronachtzaamd (vgl. HR 22 januari 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2824).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc2e5be08728e1368af738ba3a43e2d4d19f0cfc1f24a3953d3790b4df91bada. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc2e5be08728e1368af738ba3a43e2d4d19f0cfc1f24a3953d3790b4df91bada, en de alinea staat in dat document op bytes 11820 tot 12876.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc2e5be08728e1368af738ba3a43e2d4d19f0cfc1f24a3953d3790b4df91bada | shasum -a 256