Citaat | Hoge Raad 9 april 2019
Onder 4.3.1. Hoge Raad 9 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:546.
32. Dienaangaande zij eraan herinnerd, zoals de advocaat-generaal in punt 75 van zijn conclusie heeft gedaan, dat het vereiste van artikel 35, lid 1, EVRM, volgens hetwelk het EHRM een zaak pas in behandeling kan nemen nadat alle nationale rechtsmiddelen zijn uitgeput, impliceert dat er sprake is van een beslissing die is genomen door een nationale rechterlijke instantie die in laatste aanleg uitspraak doet, en die gezag van gewijsde heeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/531bfcdd158bc3331938a92e6d1fcf2dcf3932c926512faadaf518a7c21015ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 531bfcdd158bc3331938a92e6d1fcf2dcf3932c926512faadaf518a7c21015ff, en de alinea staat in dat document op bytes 19565 tot 20022.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/531bfcdd158bc3331938a92e6d1fcf2dcf3932c926512faadaf518a7c21015ff | shasum -a 256