Citaat | Hoge Raad 9 april 2019

Onder 4.3.1. Hoge Raad 9 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:546.

34. Uit het verzoek om een prejudiciële beslissing en uit de toelichting van de Oostenrijkse regering volgt bovendien dat aan de nauwe functionele band tussen de in die bepaling bedoelde procedure en de procedure voor het EHRM niet wordt afgedaan door de uitbreiding van de werkingssfeer van die eerste procedure door het beginselarrest van het Oberste Gerichtshof van 1 augustus 2007. Zoals in punt 30 van het onderhavige arrest is opgemerkt, gelden voor een beroep dat op grond van deze bepaling wordt ingesteld voordat het EHRM heeft vastgesteld dat er sprake is van schending van het EVRM of een van de protocollen daarbij, dezelfde ontvankelijkheidsvoorwaarden als voor een beroep dat bij het EHRM wordt ingesteld, en heeft een dergelijk beroep volgens de door de nationale rechter verstrekte uitleg uitsluitend tot doel te anticiperen op een dergelijke vaststelling.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/531bfcdd158bc3331938a92e6d1fcf2dcf3932c926512faadaf518a7c21015ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 531bfcdd158bc3331938a92e6d1fcf2dcf3932c926512faadaf518a7c21015ff, en de alinea staat in dat document op bytes 20606 tot 21492.