Citaat | Hoge Raad 9 april 2019
Onder 4.3.1. Hoge Raad 9 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 9 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:546.
41. De hoeksteen van het aldus opgezette rechterlijke systeem wordt gevormd door de prejudiciële procedure van artikel 267 VWEU, die tot doel heeft de eenvormige uitlegging van het Unierecht te verzekeren door specifiek tussen het Hof en de rechterlijke instanties van de lidstaten een dialoog van rechter tot rechter tot stand te brengen (zie in die zin arrest Van Gend & Loos, 26/62, EU:C:1963:1, blz. 23), en die aldus de mogelijkheid biedt de coherentie, de volle werking en de autonomie van het Unierecht te verzekeren en, in laatste instantie, de eigenheid van het door de Verdragen geschapen recht in acht te nemen [advies 2/13 (Toetreding van de Unie tot het EVRM) van 18 december 2014, EU:C:2014:2454, punt 176].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/531bfcdd158bc3331938a92e6d1fcf2dcf3932c926512faadaf518a7c21015ff. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 531bfcdd158bc3331938a92e6d1fcf2dcf3932c926512faadaf518a7c21015ff, en de alinea staat in dat document op bytes 25502 tot 26241.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/531bfcdd158bc3331938a92e6d1fcf2dcf3932c926512faadaf518a7c21015ff | shasum -a 256