Citaat | Hoge Raad 18 januari 2019

Onder 2.5.3. Hoge Raad 18 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:57.

De omstandigheid dat Zuid Afrika in de relatie met dat andere land (Zweden) in bepaalde gevallen ook voordien geen belasting op uitgaande dividenden mocht heffen, en dat Zuid-Afrika zijn heffing van belasting over dividenden in vergelijking daarmee bij het Protocol dus niet heeft beperkt, doet hieraan niet af. Voor de beoordeling of Zuid Afrika zijn belasting over dividenden bij een latere verdragsregeling heeft beperkt in de zin van artikel 10, lid 10, van het Verdrag, is bepalend of Zuid-Afrika met een ander land nieuwe verdragsverplichtingen is aangegaan en daarbij voor deelnemingsverhoudingen erin heeft bewilligd dat het (vooralsnog) geheel of ten dele afziet van heffing van belasting op uitgaande dividenden. Het gaat om een beperking ten opzichte van de mogelijkheden die de nationale wetgeving biedt of in de toekomst zou kunnen bieden, niet om een beperking ten opzichte van de voorheen geldende verdragsregeling. Wel moet die beperking voortvloeien uit een verdrag dat nieuwe verplichtingen bevat met betrekking tot de heffing over uitgaande dividenden. Het Protocol is aan te merken als een zodanig verdrag, omdat de voorwaarden waaronder Zuid-Afrika onder het Protocol afziet van belastingheffing over dividenden zijn gewijzigd ten opzichte van de tot dan toe tussen Zuid‑Afrika en Zweden geldende verdragsregeling (zie de onderdelen 4.10 en 4.11 van de conclusie van de Advocaat‑Generaal).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d2c3fadfec1a201cc63ceeb748579208712a98bfb7cad0405fe6f1a77d58138e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d2c3fadfec1a201cc63ceeb748579208712a98bfb7cad0405fe6f1a77d58138e, en de alinea staat in dat document op bytes 11099 tot 12526.