Citaat | Hoge Raad 12 april 2019

Onder 3.3. Hoge Raad 12 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:576.

a) In de periode van 31 juli 2008 tot 9 december 2008 werden met de van [C] ontvangen betalingen bij voorrang de voor de voortzetting van de bedrijfsvoering essentiële relaties (zogenoemde dwangcrediteuren) betaald, zoals de bank, de werknemers, de brandstofleverancier en de ingehuurde transporteurs. Door deze betalingen te doen met voorrang boven de betaling van uit die voortzetting voortvloeiende belastingschulden, heeft belanghebbende als bestuurder bewerkstelligd dat die belastingschulden onbetaald zijn gebleven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa8ea586606dea2ce9100f2700f2592262314134996abef7f6e5038a521855a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa8ea586606dea2ce9100f2700f2592262314134996abef7f6e5038a521855a9, en de alinea staat in dat document op bytes 12788 tot 13324.