Citaat | Hoge Raad 12 april 2019
Onder 3.5.1. Hoge Raad 12 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:576.
Indien deze afweging leidt tot het besluit om belastingschulden van de vennootschap niet, of niet bij voorrang te betalen, kan die afweging slechts dan worden aangemerkt als kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 36, lid 3, van de Wet indien geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden dezelfde afweging had gemaakt. Bij de beoordeling van een dergelijke afweging moeten alle feiten en omstandigheden van het geval in ogenschouw worden genomen. Van een geval waarin geen redelijk denkend bestuurder onder dezelfde omstandigheden dezelfde afweging had gemaakt, kan worden gesproken onder meer indien de bestuurder van een vennootschap heeft bewerkstelligd dat belastingschulden van die vennootschap onbetaald zijn gebleven, terwijl hij wist of redelijkerwijze had moeten begrijpen dat zijn handelwijze tot gevolg zou hebben dat die belastingschulden onbetaald zouden blijven en hem persoonlijk een ernstig verwijt treft (vgl. HR 31 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:530, rechtsoverweging 3.2.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa8ea586606dea2ce9100f2700f2592262314134996abef7f6e5038a521855a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa8ea586606dea2ce9100f2700f2592262314134996abef7f6e5038a521855a9, en de alinea staat in dat document op bytes 15139 tot 16174.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fa8ea586606dea2ce9100f2700f2592262314134996abef7f6e5038a521855a9 | shasum -a 256