Citaat | Hoge Raad 12 april 2019

Onder 3.5.2. Hoge Raad 12 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:576.

Doet een bestuurder in deze gevallen toch een betaling zoals hiervoor bedoeld en is van bijzondere omstandigheden geen sprake, dan kan zijn handelwijze al worden aangemerkt als kennelijk onbehoorlijk bestuur in de zin van artikel 36, lid 3, van de Wet indien hij ernstig rekening ermee had moeten houden dat zijn handelwijze tot gevolg zou hebben dat belastingschulden van de vennootschap onbetaald zouden blijven.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fa8ea586606dea2ce9100f2700f2592262314134996abef7f6e5038a521855a9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fa8ea586606dea2ce9100f2700f2592262314134996abef7f6e5038a521855a9, en de alinea staat in dat document op bytes 17173 tot 17601.