Citaat | Hoge Raad 12 april 2019
Onder 2.1 Hoge Raad 12 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 12 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:591.
Bij laatstgenoemd vonnis heeft de rechtbank op de voet van art. 392 Rv prejudiciële vragen aan de Hoge Raad gesteld, zoals vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal M.H. Wissink onder 4.1.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ef77a68ee85f1e9d02c839abe79492376df59d725107b22c30475f4e04db5e45. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ef77a68ee85f1e9d02c839abe79492376df59d725107b22c30475f4e04db5e45, en de alinea staat in dat document op bytes 5943 tot 6152.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ef77a68ee85f1e9d02c839abe79492376df59d725107b22c30475f4e04db5e45 | shasum -a 256