Citaat | Hoge Raad 23 april 2019

Onder 10.3.1. Hoge Raad 23 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:600.

Anders dan het middel aanvoert, kan niet worden gezegd dat voor de verdachte onvoldoende duidelijk is welke criteria worden aangelegd bij deze procedure van herbeoordeling. Bij de ambtshalve beoordeling van de mogelijkheid van gratieverlening of de beoordeling van een nadien ingediend verzoek tot gratieverlening komt het immers aan op de vraag of – gelet op het gedrag en de ontwikkeling van de veroordeelde gedurende zijn detentie, en in aanmerking genomen de overige in art. 4, vierde lid, Besluit Adviescollege levenslanggestraften genoemde criteria, waaronder het recidiverisico en de delictgevaarlijkheid – verdere tenuitvoerlegging van de levenslange gevangenisstraf niet langer gerechtvaardigd is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8e2f6a6a40b8ba2df1d4a6de6adae042b9e1a6c5025658c630981881e0d61b10. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8e2f6a6a40b8ba2df1d4a6de6adae042b9e1a6c5025658c630981881e0d61b10, en de alinea staat in dat document op bytes 102460 tot 103185.