Citaat | Hoge Raad 23 april 2019

Onder 6.1. Hoge Raad 23 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:601.

Het derde namens de verdachte voorgestelde middel komt op tegen het oordeel van het Hof dat toezeggingen met betrekking tot de feitelijke bescherming van de getuige geen voorwerp zijn van rechterlijke toetsing en – daarmee samenhangend – dat het Openbaar Ministerie niet gehouden is ervoor te zorgen dat van dergelijke toezeggingen een proces-verbaal wordt opgemaakt dat bij de processtukken wordt gevoegd. Het vierde namens de verdachte voorgestelde middel klaagt over het oordeel van het Hof dat niet is komen vast te staan dat de afspraken die met [getuige 1] en [getuige 2] zijn gemaakt over hun bescherming, een ontoelaatbare beloning voor het afleggen van een verklaring betreffen. Deze middelen lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 56525 tot 57284.