Citaat | Hoge Raad 23 april 2019
Onder 3.2.6 Hoge Raad 23 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:601.
Het hof stelt tot slot vast dat is voldaan aan de vereisten van artikel 344a, eerste en tweede lid, Sv. De verklaringen die zijn afgelegd door de getuige Q5 zullen, op de wijze zoals blijkt uit de weergegeven inhoud van de bewijsmiddelen, voor het bewijs worden gebruikt. Het bewijs dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan is niet uitsluitend of in beslissende mate op deze verklaringen gebaseerd. Daarnaast is voldaan aan de procedurele vereisten voor statusverlening aan en ondervraging van de getuige. Voorts gaat het om ernstige strafbare feiten die, gezien hun aard, het georganiseerd verband waarin ze zijn gepleegd en hun onderlinge samenhang een ernstige inbreuk op de rechtsorde hebben opgeleverd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 78618 tot 79355.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4 | shasum -a 256