Citaat | Hoge Raad 23 april 2019

Onder 8.5. Hoge Raad 23 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:601.

Met de hiervoor onder 8.2.2 weergegeven overwegingen heeft het Hof voldaan aan het vereiste van art. 360, tweede en vierde lid, Sv door het gebruik voor het bewijs van de verklaringen van de getuigen [getuige 1] en [getuige 2] nader te motiveren. Het Hof heeft daarin toereikend tot uitdrukking gebracht dat en waarom het de tot het bewijs gebezigde verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] betrouwbaar acht (vgl. HR 23 januari 2018, ECLI:NL:HR:2018:64). Voorts heeft het Hof daarin in overeenstemming met de vereisten van art. 360, eerste en vierde lid, Sv in het bijzonder de redenen opgegeven waarom met betrekking tot de verklaringen van de bedreigde getuige Q5 is voldaan aan de vereisten van art. 344a, tweede lid, Sv en heeft het ervan blijk gegeven zelfstandig de betrouwbaarheid van die verklaringen te hebben onderzocht (vgl. HR 28 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU5471). Voor zover het middel klaagt dat het Hof niet aan deze motiveringsvoorschriften heeft voldaan, faalt het.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 82749 tot 83750.