Citaat | Hoge Raad 23 april 2019
Onder 4.2. Hoge Raad 23 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:601.
De voor de beoordeling van de middelen relevante passages uit het arrest van het Hof zijn weergegeven in bijlage B. Het Hof heeft in paragraaf 2.2.2.6.2.1 van zijn arrest de vraag besproken welke toezeggingen op grond van de wet toelaatbaar zijn in ruil voor de bereidheid van een verdachte om als getuige een verklaring af te leggen in de strafzaak tegen een andere verdachte. Het Hof heeft, kort gezegd, overwogen dat de reikwijdte van de wettelijke regeling en in het bijzonder van art. 226g, eerste lid, Sv zich in het licht van de wetsgeschiedenis niet zonder meer eenduidig laat uitleggen. Na beschouwing van deze wetsgeschiedenis heeft het Hof onder meer het volgende overwogen:
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 40513 tot 41211.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4 | shasum -a 256