Citaat | Hoge Raad 23 april 2019
Onder 5.5. Hoge Raad 23 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:601.
Het middel klaagt voorts dat de motivering van het Hof innerlijk tegenstrijdig is omdat het Hof in aanmerking heeft genomen dat bij de beslissing van het Openbaar Ministerie een voorbehoud is gemaakt voor het geval alsnog verhaalsmogelijkheden zouden blijken te bestaan, terwijl het Hof daarnaast in zijn overwegingen heeft betrokken dat de Officier van Justitie niet kenbaar heeft gemaakt dat hij voornemens is een vordering als bedoeld in art. 36e Sr aanhangig te maken, hetgeen – aldus het Hof – "de drempel voor indiening van een ontvankelijke ontnemingsvordering vrijwel onneembaar heeft gemaakt". Deze laatstgenoemde overweging van het Hof heeft, anders dan in de schriftuur tot uitgangspunt wordt genomen, uitsluitend betrekking op de beslissing tot het afzien van het instellen van een ontnemingsvordering tegen [getuige 2] . Het Hof heeft daarbij kennelijk in aanmerking genomen dat de strafzaak tegen deze getuige reeds in eerste aanleg was berecht, dat bij de behandeling van die strafzaak in eerste aanleg de in art. 311, eerste lid derde volzin, Sv bedoelde mededeling niet is gedaan, dat pas na die eerste aanleg een afspraak als bedoeld in art. 226g, eerste lid, Sv met deze getuige tot stand is gekomen en dat deze getuige op dat moment niet tevens voor andere feiten werd vervolgd. Gelet daarop faalt de klacht dat het oordeel van het Hof innerlijk tegenstrijdig is.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 52343 tot 53743.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4 | shasum -a 256