Citaat | Hoge Raad 23 april 2019
Onder 2.6. Hoge Raad 23 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:601.
Ingeval een ontnemingsvordering wordt ingediend zonder dat het voornemen daartoe op de wijze als voorzien in het eerste lid van art. 311 Sv is aangekondigd, zal de rechter bij de beslissing op die vordering dienen na te gaan in welke mate de betrokkene door bedoeld verzuim in zijn belangen is geschaad en mede aan de hand daarvan dienen te beoordelen of dit verzuim dient te leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van de officier van justitie in die vordering dan wel tot bijvoorbeeld een vermindering van de aan de betrokkene op te leggen betalingsverplichting (vgl. HR 9 december 2003, ECLI:NL:HR:2003:AK3574, NJ 2004/199)."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4, en de alinea staat in dat document op bytes 54431 tot 55071.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/0752faffabfad3d170c7945d33fb21b23e0f8c11b751196ebb70ab5252b46ce4 | shasum -a 256