Citaat | Hoge Raad 16 april 2019

Onder 2.4. Hoge Raad 16 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:612.

De Rechtbank heeft, blijkens haar hiervoor onder 2.2 weergegeven overwegingen, onder meer vastgesteld dat ten aanzien van de onroerende zaak [b-straat 1] te [plaats 2] met instemming van de klager en het openbaar ministerie zekerheid is gesteld als bedoeld in art. 118a Sv door middel van een bankgarantie. Gelet hierop en in aanmerking genomen hetgeen onder 2.3 is vooropgesteld, geeft het oordeel van de Rechtbank dat de klager niet-ontvankelijk is in zijn beklag, voor zover dat strekt tot opheffing van de door de klager tot zekerheidstelling verstrekte bankgarantie, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7641ecd89aa4289ee836ad5d90e355eabf0875d72d79ebd05fb7c22a92d31f6. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7641ecd89aa4289ee836ad5d90e355eabf0875d72d79ebd05fb7c22a92d31f6, en de alinea staat in dat document op bytes 10914 tot 11573.