Citaat | Hoge Raad 19 april 2019
Onder 2.2.4. Hoge Raad 19 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:623.
In het arrest van 10 juni 2011 en de daarop voortbouwende rechtspraak, waaronder het overzichtsarrest, heeft de Hoge Raad tot uitgangspunt genomen dat de belanghebbende geen afzonderlijke procedure aanhangig hoeft te maken om aanspraak te maken op een vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. Hij kan ermee volstaan in de hoofdzaak een verzoek om vergoeding van immateriële schade tot de rechter te richten. Voor dit verzoek gelden geen vormvereisten. De rechterlijke instantie die is belast met de behandeling van het (hoger) beroep behandelt dit verzoek in diezelfde procedure en in dezelfde samenstelling.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc204cd8a3869edba2469ba309384847139ca0cf1dbb21b6545d409c4ffd6313. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc204cd8a3869edba2469ba309384847139ca0cf1dbb21b6545d409c4ffd6313, en de alinea staat in dat document op bytes 12478 tot 13143.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc204cd8a3869edba2469ba309384847139ca0cf1dbb21b6545d409c4ffd6313 | shasum -a 256