Citaat | Hoge Raad 19 april 2019
Onder 2.2.5. Hoge Raad 19 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:623.
In het licht van hetgeen hiervoor in 2.2.2 en 2.2.3 is overwogen, leidt de in 2.2.4 beschreven wijze waarop verzoeken tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn worden behandeld op zichzelf niet tot een inbreuk op de door artikel 6 EVRM en artikel 47 van het Handvest vereiste onpartijdigheid en onafhankelijkheid van de rechter.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bc204cd8a3869edba2469ba309384847139ca0cf1dbb21b6545d409c4ffd6313. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bc204cd8a3869edba2469ba309384847139ca0cf1dbb21b6545d409c4ffd6313, en de alinea staat in dat document op bytes 14032 tot 14418.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bc204cd8a3869edba2469ba309384847139ca0cf1dbb21b6545d409c4ffd6313 | shasum -a 256