Citaat | Hoge Raad 19 april 2019
Onder 2.4.1. Hoge Raad 19 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:627.
Voor zover het heffen van premies bij werkgevers die premieplichtig zijn ter dekking van ZW-lasten een inmenging is in het door artikel 1 EP gewaarborgde ongestoorde genot van eigendom, is die inmenging in het algemeen gerechtvaardigd aangezien de tweede alinea van deze bepaling uitdrukkelijk voorziet in een uitzondering om de betaling van belastingen of andere heffingen te verzekeren. Deze inmenging moet volgens vaste rechtspraak van het EHRM ‘lawful’ zijn, een ‘legitimate aim’ dienen en een ‘fair balance’ tussen de belangen van het betrokken individu en het algemene belang respecteren. Bij de beoordeling van de vraag of aan de laatstgenoemde voorwaarde is voldaan, moet de wetgever een ruime beoordelingsmarge worden gelaten, die bij uitstek de verdeling van ZW-lasten over categorieën premieplichtigen omvat.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f3fee9d33117cb4d649f803f8a1a3bf453b137930b2dea712dd0c98c7c110f19. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f3fee9d33117cb4d649f803f8a1a3bf453b137930b2dea712dd0c98c7c110f19, en de alinea staat in dat document op bytes 12028 tot 12874.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f3fee9d33117cb4d649f803f8a1a3bf453b137930b2dea712dd0c98c7c110f19 | shasum -a 256