Citaat | Hoge Raad 18 januari 2019
Onder 3.3.5 Hoge Raad 18 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:64.
De klacht mist in zoverre feitelijke grondslag dat het hof niet heeft miskend dat het bij de redelijke grond van art. 7:669 lid 3, onder h, BW en de herplaatsingsverplichting van art. 7:669 lid 1 BW om zelfstandige vereisten gaat. Het hof onderscheidt beide vereisten immers. Voor zover de klacht zich richt tegen het oordeel van het hof dat beide vereisten in dit geval samenvallen, faalt de klacht. Nu het bij de ‘h-grond’ gaat om een algemeen geformuleerde restcategorie, kan onder omstandigheden sprake zijn van ‘andere dan de onder a-g vermelde omstandigheden, die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren’, op de enkele grond dat herplaatsing als in het eerste lid bedoeld, niet in de rede ligt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df52b63554c6dbd91c5a83117e3f88954018363eba058a67500914f134cee995. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df52b63554c6dbd91c5a83117e3f88954018363eba058a67500914f134cee995, en de alinea staat in dat document op bytes 19858 tot 20656.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df52b63554c6dbd91c5a83117e3f88954018363eba058a67500914f134cee995 | shasum -a 256