Citaat | Hoge Raad 18 januari 2019
Onder 3.4.2 Hoge Raad 18 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:64.
Uit de in de conclusie van de plaatsvervangend Procureur-Generaal in 2.20-2.22 weergegeven geschiedenis van de thans in art. 7:669 lid 1 BW neergelegde herplaatsingsverplichting en de toelichting op de (op art. 7:669 lid 5 BW stoelende) Ontslagregeling blijkt dat met deze regelingen geen breuk is beoogd met het voor de invoering van de Wwz op dit punt geldende recht. In HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:182 (Decor) (rov. 3.4.7), is ook in die zin beslist. Daarom moet worden aangenomen dat met het gebruik van het begrippenpaar ‘niet mogelijk is of niet in de rede ligt’ niet is beoogd een resultaatsverplichting van de werkgever tot herplaatsing in het leven te roepen, maar dat het daarbij gaat om hetgeen in de gegeven omstandigheden in redelijkheid van de werkgever kan worden gevergd (vgl. HR 16 februari 2018, ECLI:NL:HR:2018:220 ( […] & […] ), rov. 3.5.2).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/df52b63554c6dbd91c5a83117e3f88954018363eba058a67500914f134cee995. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt df52b63554c6dbd91c5a83117e3f88954018363eba058a67500914f134cee995, en de alinea staat in dat document op bytes 21431 tot 22327.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/df52b63554c6dbd91c5a83117e3f88954018363eba058a67500914f134cee995 | shasum -a 256