Citaat | Hoge Raad 19 april 2019

Onder 3.2.3 Hoge Raad 19 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:641.

[verweerder] heeft betwist dat hij de door Egelinck gestelde lening ten bedrage van € 150.000,-- is aangegaan. Hij heeft erkend dat de handtekening op het hiervoor in 3.2.2 aangehaalde geschrift de zijne is, maar heeft aangevoerd dat de tekst tot en met punt 8 van dat geschrift later boven zijn naam en handtekening is geplaatst en dat het geschrift dus vals is. In dit verband heeft hij aangevoerd dat hij zijn handtekening op het papier heeft geplaatst toen dit deel uitmaakte van de concept-overeenkomst van de hiervoor in 3.1 onder (i) genoemde koop.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8e5cdaa08aef53c73aeb80b7d27696dc0b149e9f82235cf70edc186e79fb45c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8e5cdaa08aef53c73aeb80b7d27696dc0b149e9f82235cf70edc186e79fb45c, en de alinea staat in dat document op bytes 12315 tot 12898.