Citaat | Hoge Raad 19 april 2019

Onder 3.3.2 Hoge Raad 19 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:641.

Het hof heeft het vonnis van de rechtbank vernietigd en de vordering van Egelinck afgewezen. Bij tussenarrest heeft het daartoe overwogen, kort gezegd, dat het door Egelinck ingeroepen geschrift geen akte is in de zin art. 156 lid 1 Rv en daarom niet de daaraan verbonden bewijskracht heeft (rov. 11). Het heeft Egelinck daarom opgedragen de door haar gestelde lening te bewijzen (rov. 12). Bij eindarrest heeft het hof Egelinck niet in dat bewijs geslaagd geoordeeld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8e5cdaa08aef53c73aeb80b7d27696dc0b149e9f82235cf70edc186e79fb45c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8e5cdaa08aef53c73aeb80b7d27696dc0b149e9f82235cf70edc186e79fb45c, en de alinea staat in dat document op bytes 13435 tot 13917.