Citaat | Hoge Raad 19 april 2019

Onder 3.4.3 Hoge Raad 19 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:641.

Als de echtheid van een onderhandse akte wordt betwist, dat wil zeggen als wordt betwist dat het stuk dat als akte wordt gepresenteerd, overeenkomt met het stuk dat is ondertekend, volgt uit art. 150 Rv dat degene die zich op deze valsheid beroept, als hoofdregel de bewijslast terzake heeft (HR 15 januari 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0827, NJ 1993/179). In dit geval rust de bewijslast van de valsheid van de akte dus in beginsel op [verweerder] , anders dan het hof tot uitgangspunt heeft genomen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a8e5cdaa08aef53c73aeb80b7d27696dc0b149e9f82235cf70edc186e79fb45c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a8e5cdaa08aef53c73aeb80b7d27696dc0b149e9f82235cf70edc186e79fb45c, en de alinea staat in dat document op bytes 17356 tot 17865.