Citaat | Hoge Raad 19 april 2019

Onder 3.3 Hoge Raad 19 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:649.

De rechtbank heeft overwogen dat de vraag centraal staat of de vennoten zelf als werkgevers hebben te gelden (rov. 4.1). Zij heeft vastgesteld dat partijen in dat kader van mening verschillen over enkele principiële vragen ten aanzien van de aard en het wezen van de vennootschap onder firma (hierna ook: vof), waarop geen duidelijk antwoord bestaat (rov. 4.8-4.9). De rechtbank heeft, in lijn met daarop gerichte verzoeken van partijen, aanleiding gezien de volgende prejudiciële vragen aan de Hoge Raad te stellen:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf6780856d880e9b3c890e9af0cdee2ddcdb9aaf67f313ae820a501460a1dea2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf6780856d880e9b3c890e9af0cdee2ddcdb9aaf67f313ae820a501460a1dea2, en de alinea staat in dat document op bytes 10576 tot 11107.