Citaat | Hoge Raad 19 april 2019
Onder 3.4.2 Hoge Raad 19 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:649.
Het ontbreken van rechtspersoonlijkheid brengt mee dat een vof niet zelfstandig draagster is van subjectieve rechten en verplichtingen. Wanneer een vennoot handelt in naam van de vof (waartoe iedere vennoot op grond van art. 17 WvK in beginsel bevoegd is), handelt hij namens de gezamenlijke vennoten en bindt hij de gezamenlijke vennoten. Een overeenkomst ‘met de vof’ moet dan ook worden aangemerkt als een overeenkomst met de gezamenlijke vennoten in hun hoedanigheid van vennoten (vgl. HR 27 april 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV5569, rov. 3.8).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf6780856d880e9b3c890e9af0cdee2ddcdb9aaf67f313ae820a501460a1dea2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf6780856d880e9b3c890e9af0cdee2ddcdb9aaf67f313ae820a501460a1dea2, en de alinea staat in dat document op bytes 14829 tot 15388.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf6780856d880e9b3c890e9af0cdee2ddcdb9aaf67f313ae820a501460a1dea2 | shasum -a 256