Citaat | Hoge Raad 19 april 2019
Onder 3.6.2 Hoge Raad 19 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:649.
Ingevolge art. 3:288, aanhef en onder e, BW is de vordering van de werknemer ter zake van loon bevoorrecht op alle goederen van de schuldenaar. Wanneer UWV, na faillietverklaring van de werkgever, op de voet van art. 61-68 WW het door de werkgever verschuldigde (netto) loon aan de werknemer voldoet, wordt het gesubrogeerd in de desbetreffende vordering van de werknemer op de werkgever (art. 66 lid 1 WW). Wanneer UWV de over dat loon verschuldigde premies sociale verzekeringen aan de ontvanger afdraagt, verkrijgt het ter zake daarvan een verhaalsrecht op de werkgever (art. 66 lid 2 WW). De desbetreffende vordering is eveneens bevoorrecht op alle goederen van de schuldenaar (art. 66 lid 3 WW).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/bf6780856d880e9b3c890e9af0cdee2ddcdb9aaf67f313ae820a501460a1dea2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt bf6780856d880e9b3c890e9af0cdee2ddcdb9aaf67f313ae820a501460a1dea2, en de alinea staat in dat document op bytes 19759 tot 20472.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/bf6780856d880e9b3c890e9af0cdee2ddcdb9aaf67f313ae820a501460a1dea2 | shasum -a 256