Citaat | Hoge Raad 19 april 2019
Onder 3.4.18 Hoge Raad 19 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:650.
Onderdeel 2.3.1 acht onvoldoende begrijpelijk gemotiveerd het oordeel van het hof dat de maatregel, inhoudend dat het tweede validatieveld een tweede foutdetectiecode bevat die betrekking heeft op gegevens die zich in het opslagdeel van het geheugen bevonden direct voorafgaand aan de gegevens die zich thans op het opslagdeel bevinden, wordt gedefinieerd aan de hand van gegevens die er niet meer zijn en daarom niet toelaatbaar is wegens strijd met art. 84 EOV. Het onderdeel wijst erop dat de tweede foutdetectiecode is gebaseerd op gegevens die er weliswaar “niet meer zijn”, maar er wel zijn geweest, namelijk direct voordat de nieuwe gegevens naar het opslagdeel zijn geschreven.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd94a1963d2390c95fd71476d608a03e7e523117ea8be2bc410bcee23926b5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd94a1963d2390c95fd71476d608a03e7e523117ea8be2bc410bcee23926b5e, en de alinea staat in dat document op bytes 55244 tot 55947.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cfd94a1963d2390c95fd71476d608a03e7e523117ea8be2bc410bcee23926b5e | shasum -a 256