Citaat | Hoge Raad 19 april 2019

Onder 3.3.5 Hoge Raad 19 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 19 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:650.

Het hof heeft vastgesteld dat conclusie 1 onder bescherming stelt een geheugeneenheid die beschikt over twee locaties voor de opslag van foutdetectiecodes (‘validatievelden’) en een locatie voor de opslag van informatie betreffende de cartridge (‘opslagveld’), zonder verdere eisen te stellen aan de inrichting (precieze locatie) van die velden. Dienovereenkomstig heeft het hof vastgesteld dat de geclaimde inrichting van het geheugen blijkens de beschrijving in het octrooi niet is beperkt tot (de hiervoor in 3.1 onder (iv) afgebeelde) figuur 4. De precieze locatie of volgorde van de velden is volgens het hof dan ook niet van belang voor het kunnen uitvoeren van de in conclusie 1 beschreven functies (rov. 4.6 en 4.7). Naar het oordeel van het hof mag de omstandigheid dat het geheugen van een cartridge in de praktijk een EEPROM-geheugen met een omvang van 256 bytes (2048 bits) betreft en is uitgerust met een Family ID (om de compatibiliteit met de printer vast te stellen) en een specifieke Template Version (aan de hand waarvan de controller van de printer kan vaststellen hoe het geheugen van de cartridge is ingericht, in het bijzonder welke soort informatie zich in het geheugen bevindt en waar in het geheugen dit is opgeslagen, waarbij ten aanzien van de validatievelden is bepaald dat deze in de laatste twee velden van het geheugen staan) voor het functioneren van het printersysteem in de praktijk van groot belang zijn, maar dient deze omstandigheid bij de uitleg van conclusie 1 en de beoordeling van de nieuwheid daarvan in het licht van Paulsen buiten beschouwing te blijven (rov. 4.8). Volgens het hof moet worden beoordeeld of de geheugeneenheid bekend uit Paulsen alle – door de functionele kenmerken geïmpliceerde – structurele kenmerken openbaart die, indien gebruikt volgens de leer van conclusie 1, nodig zijn om de daarin beschreven werkwijze voor de validatie van gegevens uit te voeren, ervan uitgaand dat de printer is voorzien van software, althans een template , die communicatie tussen printer en cartridge-geheugen mogelijk maakt. Daarom moeten alle door HP genoemde redenen waarom de Paulsen geheugenkaart niet zou werken in een ‘printer volgens het octrooi’ die worden veroorzaakt door gebrek aan compatibiliteit met de software ( template ) van de printer, in het bijzonder omdat die niet bekend is met de specifieke indeling en volgorde van de op de Paulsen geheugeneenheid vastgelegde velden, buiten beschouwing blijven (rov. 4.9). In deze vaststellingen en oordelen, die door het middel niet worden bestreden, ligt besloten dat voor het kunnen uitvoeren van de in conclusie 1 (en conclusie 7) onder bescherming gestelde werkwijze door een volgens conclusie 1 geconfigureerde geheugeneenheid, nodig is dat de printer is voorzien van software, althans een template , die communicatie tussen printer en cartridge-geheugen mogelijk maakt (welke software of template buiten de beschermingsomvang van het octrooi valt).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cfd94a1963d2390c95fd71476d608a03e7e523117ea8be2bc410bcee23926b5e. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cfd94a1963d2390c95fd71476d608a03e7e523117ea8be2bc410bcee23926b5e, en de alinea staat in dat document op bytes 35166 tot 38360.