Citaat | Hoge Raad 23 april 2019
Onder 2.2.2. Hoge Raad 23 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:668.
Verdachte heeft erkend een hond te hebben gekocht in de Verenigde Staten. In het dossier bevindt zich een contract waaruit blijkt dat deze hond is gekocht voor een bedrag van $ 10.000 (omgerekend € 7.692,20). Het hof is van oordeel dat verdachte dit bedrag heeft betaald. In het dossier ligt weliswaar een brief (overeenkomst) van de stiefbroer van verdachte dat hij verdachte een bedrag van $ 10.000 heeft geleend voor de aanschaf van de honden, maar het hof is niet overtuigd door de brief. Er blijkt namelijk niet dat deze dateert van voor de aankoop van de honden. Het hof acht het bovendien onbegrijpelijk dat de stiefbroer van verdachte de gehele aankoopsom aan verdachte leent, en slechts deelt in de opbrengst uit het fokken met die honden. Er is niets geregeld over de terugbetaling van de vermeende lening. Het hof betrekt in zijn overweging ook nog dat verdachte in het vooronderzoek lange tijd heeft gezwegen over de wijze waarop hij de aanschaf van de hond heeft bekostigd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32ddd305a5123a9751946b4e38890307aca8a3fb9b5cc107f81dd3670070be84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32ddd305a5123a9751946b4e38890307aca8a3fb9b5cc107f81dd3670070be84, en de alinea staat in dat document op bytes 13400 tot 14401.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32ddd305a5123a9751946b4e38890307aca8a3fb9b5cc107f81dd3670070be84 | shasum -a 256