Citaat | Hoge Raad 23 april 2019
Onder 2.2.2. Hoge Raad 23 april 2019
Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:668.
Het openbaar ministerie hoefde dan ook geen nader onderzoek te doen naar de verklaringen van verdachte over zijn spaargeld, nog daargelaten dat het hof niet inziet hoe een dergelijk onderzoek dan vorm had moeten krijgen. Verdachte heeft aangevoerd dat het openbaar ministerie had kunnen checken dat verdachte in de door hem genoemde periode werkte en bij zijn ouders woonde. Uit de vaststelling van de juistheid daarvan kan echter op geen enkele, wijze blijken dat en hoeveel verdachte dan wel gespaard zou hebben.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32ddd305a5123a9751946b4e38890307aca8a3fb9b5cc107f81dd3670070be84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32ddd305a5123a9751946b4e38890307aca8a3fb9b5cc107f81dd3670070be84, en de alinea staat in dat document op bytes 20294 tot 20821.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/32ddd305a5123a9751946b4e38890307aca8a3fb9b5cc107f81dd3670070be84 | shasum -a 256