Citaat | Hoge Raad 23 april 2019

Onder 2.4. Hoge Raad 23 april 2019

Een alinea uit Hoge Raad 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:668.

Blijkens de hiervoor onder 2.2 weergegeven bewijsvoering heeft het Hof - na bespreking van de betwisting door de verdachte van een aantal contante uitgaven - geoordeeld dat de uitkomst van de eenvoudige kasopstelling, waaruit een groot verschil van ongeveer € 55.000,- blijkt tussen enerzijds de vastgestelde legale contante inkomsten en anderzijds de feitelijke contante uitgaven, het vermoeden van witwassen rechtvaardigt en dat onder die omstandigheden van de verdachte mag worden verlangd dat hij een concrete, verifieerbare en niet op voorhand onwaarschijnlijke verklaring geeft dat genoemd verschil tussen legale inkomsten en feitelijke uitgaven niet van misdrijf afkomstig is. Vervolgens heeft het Hof naar aanleiding van hetgeen door de verdachte is aangevoerd, te weten dat hij aan het begin van de in de kasopstelling in aanmerking genomen periode een groot bedrag aan contant spaargeld had, geoordeeld dat hieromtrent "geen begin van aannemelijkheid" bestaat. Die oordelen geven, gelet op hetgeen hiervoor onder 2.3 is vooropgesteld, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en zijn evenmin onbegrijpelijk. Voor zover het middel daarover klaagt, is het tevergeefs voorgesteld.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/32ddd305a5123a9751946b4e38890307aca8a3fb9b5cc107f81dd3670070be84. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 32ddd305a5123a9751946b4e38890307aca8a3fb9b5cc107f81dd3670070be84, en de alinea staat in dat document op bytes 23290 tot 24495.