Citaat | Hoge Raad 18 januari 2019
Onder 3.6.4 Hoge Raad 18 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:67.
Uit het hiervoor overwogene volgt dat over de vraag wie thans de rechtsgeldig benoemde bestuurders zijn van Upper Brook, twijfel bestaat. Onderdeel 1 faalt in zoverre. Nu over de rechtsgeldigheid van het ontslag en de benoemingen twijfel bestaat, heeft het hof zonder schending van enige rechtsregel tot de hiervoor in 3.5.1 onder (i) bedoelde ordemaatregel kunnen overgaan. Die onzekerheid brengt echter ook mee dat het hof had moeten afzien van de hiervoor in 3.5.1 onder (ii) bedoelde voorziening, en Upper Brook, vertegenwoordigd door [betrokkene 6] en [betrokkene 7] , informatie en inzage in documenten over de bewaring van het vermogen van Upper Brook had moeten onthouden. Het voorgaande strookt met Resolutie 2259 (2015), waaruit blijkt dat de VN Veiligheidsraad de GNA erkent als enige legitieme staatsmacht van Libië, de LIA oproept de legitimiteit van de GNA te erkennen en lidstaten oproept hun steun te staken aan parallelle instituties die geen partij zijn bij het Libische politieke akkoord. In zoverre slaagt onderdeel 1.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6ee6b9746fcd94947889018a467c31c3a04d2354fb67824b821e2cf9e890320. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6ee6b9746fcd94947889018a467c31c3a04d2354fb67824b821e2cf9e890320, en de alinea staat in dat document op bytes 35428 tot 36480.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c6ee6b9746fcd94947889018a467c31c3a04d2354fb67824b821e2cf9e890320 | shasum -a 256