Citaat | Hoge Raad 18 januari 2019

Onder 3.8.1 Hoge Raad 18 januari 2019

Een alinea uit Hoge Raad 18 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:67.

De Hoge Raad kan zelf de zaak afdoen door het arrest van het hof slechts te vernietigen voor zover daarin aan Upper Brook, vertegenwoordigd door [betrokkene 6] en [betrokkene 7] , recht op inzage is verleend in specificaties en bewijsstukken van de verschuldigdheid van de werkelijk te maken kosten ter bewaring van het fonds, en voor zover Palladyne op straffe van een dwangsom is veroordeeld afschriften te verstrekken van alle overeenkomsten die met het oog op die bewaring met derden zijn gesloten, en het vonnis van de voorzieningenrechter te bekrachtigen voor zover daarin de desbetreffende vordering van Upper Brook is afgewezen. De voorziening op grond waarvan het Palladyne op straffe van een dwangsom is verboden enige betaling uit het fonds van Upper Brook te doen of te accorderen voor zover die niet strekt tot vergoeding van de werkelijk te maken kosten ter bewaring van het fonds totdat een daartoe bevoegde rechter ten gronde en voor Upper Brook bindend beslist dat Palladyne nog immer haar bestuurder is, wordt in stand gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c6ee6b9746fcd94947889018a467c31c3a04d2354fb67824b821e2cf9e890320. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c6ee6b9746fcd94947889018a467c31c3a04d2354fb67824b821e2cf9e890320, en de alinea staat in dat document op bytes 36700 tot 37758.