Citaat | Hoge Raad 14 mei 2019
Onder 2.2.3. Hoge Raad 14 mei 2019
Een alinea uit Hoge Raad 14 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:715.
Ik zette de auto neer op de hoek met de [c-straat] , links bij een lantaarnpaal. [medeverdachte] zei "stop" maar hij kreeg niet eens de kans om uit te stappen. Ik heb toen die man wel gezien, maar ik kende hem niet. Ik ben, toen er op ons werd geschoten, gebukt weggereden, de [d-straat] in. Ik had in mijn gedachten dat ik in de richting van het Shell tankstation moest rijden, omdat daar de uitgang van de wijk was. U houdt mij voor dat uit onderzoek blijkt dat ik daar op enig moment zeventien seconden heb stilgestaan. Er stond daar toen een auto verdekt opgesteld en daar kwamen allemaal lichtflitsen vandaan. Ik was kort daarvoor beschoten en werd nu weer beschoten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8d9efa2b68d07b5282a73de4c22075ca0f0282511b55066a74119b21dfd8fe0a. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8d9efa2b68d07b5282a73de4c22075ca0f0282511b55066a74119b21dfd8fe0a, en de alinea staat in dat document op bytes 27873 tot 28558.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8d9efa2b68d07b5282a73de4c22075ca0f0282511b55066a74119b21dfd8fe0a | shasum -a 256