Citaat | Hoge Raad 28 mei 2019
Onder 2.3. Hoge Raad 28 mei 2019
Een alinea uit Hoge Raad 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:723.
Het Hof heeft blijkens zijn bewijsvoering onder meer vastgesteld dat de verdachte op 26 juli 2016 omstreeks 02.00 uur het appartementencomplex [A] , gelegen aan het [a-straat] en de [b-straat] te [woonplaats] , heeft betreden met een gestolen registratietag. Het Hof heeft voorts overwogen dat de verdachte niets heeft verklaard over de door de raadsman naar voren gebrachte mogelijkheid dat iemand anders dan de verdachte de gestolen sleutel voorhanden heeft gehad en daarmee de deur heeft opengemaakt. Daarin ligt als oordeel van het Hof besloten dat de verdachte geen aannemelijke verklaring heeft gegeven met betrekking tot het voorhanden hebben van de registratietag en dat het Hof daaraan de gevolgtrekking heeft verbonden dat de verdachte ook "ten tijde van" het voorhanden krijgen van de registratietag wist dat het een door misdrijf verkregen goed betrof. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Gelet hierop is de bewezenverklaring toereikend gemotiveerd (vgl. HR 29 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:97).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ff8bf4d3b7bf90f42caf9061c8c20666f5b8a6204c59d2e09eb32cb9686a1a15. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ff8bf4d3b7bf90f42caf9061c8c20666f5b8a6204c59d2e09eb32cb9686a1a15, en de alinea staat in dat document op bytes 13916 tot 14936.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ff8bf4d3b7bf90f42caf9061c8c20666f5b8a6204c59d2e09eb32cb9686a1a15 | shasum -a 256