Citaat | Hoge Raad 17 mei 2019

Onder 3.2.3 Hoge Raad 17 mei 2019

Een alinea uit Hoge Raad 17 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:757.

Een aanvullende schadeloosstelling op basis van art. 61 Ow heeft geen punitief karakter. Indien er geen waardevermeerdering in de in aanmerking te nemen periode is geweest, kan daaraan ook geen rechtvaardiging voor het toekennen van enige aanvullende schadevergoeding worden ontleend. Het is redelijk bij de begroting uit te gaan van een periode die in elk geval substantieel langer is dan de mate waarin er ontijdig is onteigend. Dat is niet ingegeven door overwegingen van punitieve aard, doch uitsluitend door het gegeven dat onzekerheid omtrent de vraag welke periode in aanmerking moet worden genomen, onvermijdelijk, in het voordeel van de onteigende ruim genomen dient te worden. Een nog langere periode komt echter als regel niet in aanmerking, omdat anders de aanvullende schadeloosstelling alsnog een punitief karakter zou krijgen. (rov. 5.7.6)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/a7fe05f4fde0134af9faf4b757ade4f275755d75aa9aa06a8e4afcd9436028fd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt a7fe05f4fde0134af9faf4b757ade4f275755d75aa9aa06a8e4afcd9436028fd, en de alinea staat in dat document op bytes 13627 tot 14495.