Citaat | Hoge Raad 21 mei 2019
Onder 2.2.2. Hoge Raad 21 mei 2019
Een alinea uit Hoge Raad 21 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:780.
A: Volgens mij is het woensdag geweest, de 9e januari 2013. Ik ben toen naar Venlo vertrokken, alleen. Het wapen had ik al bij mij. Ik ben eerst naar Tegelen gegaan. Ik ben toen terug gereisd van Tegelen naar Roermond. Toen dacht ik weer, ik doe het gewoon. Ik kijk wat op mijn pad komt. Ik kwam toen weer in Venlo aan. Ik liep van het station richting OAC of hoe heet dat, waar die jongens gebruiken. Ik heb een bolletje gerookt. Toen kwam [slachtoffer] (het hof begrijpt: [slachtoffer] ) naar buiten en hij vroeg of ik aan een wapen kon komen. Ik zei, dat lukt mij wel. Wij liepen toen richting de Kaldenkerkenweg. Wij kwamen aan in zijn woning en er waren twee jongens. Die gaf ik een hand. [slachtoffer] had spullen gekocht. Sokken, schoenen en een broek enzo. [slachtoffer] ging zich omkleden en wij rookten nog een pijpje. [slachtoffer] bleef lang bezig in de badkamer. [slachtoffer] was nog wat aan het vertellen over het PGB en zo. Wij liepen toen van zijn woning naar het station en wij liepen het station binnen. [slachtoffer] kocht een kaartje.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/8b654e72e0b32571afb36113c418c46bd50e46c7890ad3ef51208d494fe3de2b. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 8b654e72e0b32571afb36113c418c46bd50e46c7890ad3ef51208d494fe3de2b, en de alinea staat in dat document op bytes 11234 tot 12302.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/8b654e72e0b32571afb36113c418c46bd50e46c7890ad3ef51208d494fe3de2b | shasum -a 256