Citaat | Hoge Raad 14 juni 2019
Onder 2.4.6. Hoge Raad 14 juni 2019
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816.
Bij de totstandkoming van de regeling van box 3 in de Wet IB 2001 heeft de wetgever bij de keuze voor het forfaitaire rendement van vier procent opgemerkt dat ervoor is gekozen het percentage niet afhankelijk te stellen van het werkelijke rendement van de bezittingen gedurende het jaar en tegenbewijs niet mogelijk te maken (Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 7, blz. 263-264). Daarbij heeft de wetgever verder opgemerkt dat een incidentele onderschrijding van het gemiddelde rendement zwaarder weegt dan een incidentele overschrijding (Kamerstukken II 1999/2000, 26 727, nr. 7, blz. 264).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8, en de alinea staat in dat document op bytes 14382 tot 14989.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8 | shasum -a 256