Citaat | Hoge Raad 14 juni 2019
Onder 2.6.2. Hoge Raad 14 juni 2019
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816.
In de totstandkomingsgeschiedenis van de regeling van box 3 zijn aanknopingspunten te vinden voor de opvatting dat de hiervoor vermelde veronderstelling omtrent het te behalen rendement uitgaat van een nominaal rendement, maar er zijn ook aanknopingspunten die erop duiden dat is gedacht aan een reëel rendement (zie hoofdstuk 3 van de gemeenschappelijke bijlage bij de conclusie van de Advocaat-Generaal). In het systeem van de Wet IB 2001 wordt, evenals in dat van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964, niet direct rekening gehouden met de invloed van inflatie. Daarom zijn eerstbedoelde aanknopingspunten doorslaggevend en is bij de beantwoording van de hiervoor in 2.5.1 en 2.5.2 vermelde vragen een nominaal rendement uitgangspunt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8, en de alinea staat in dat document op bytes 16086 tot 16836.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8 | shasum -a 256