Citaat | Hoge Raad 14 juni 2019

Onder 2.7.3. Hoge Raad 14 juni 2019

Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816.

Een voor de hand liggend aanknopingspunt voor de beoordeling van de haalbaarheid van een rendement van vier procent zonder dat belastingplichtigen daar (veel) risico voor hoeven te nemen, is ook of de inlegger in beginsel voor de nominale waarde gerechtigd blijft tot een te investeren bedrag. Van de door partijen genoemde spaar- en beleggingsvormen komen dan bij de haalbaarheidskwestie tevens in aanmerking de gemiddelde rente op spaarrekeningen en (termijn)deposito’s bij banken als bedoeld in de Wet op het financieel toezicht. In de gedingstukken wordt geen onderscheid gemaakt tussen vormen van sparen binnen en buiten het depositogarantiestelsel. Dat onderscheid wordt daarom hierna buiten beschouwing gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8, en de alinea staat in dat document op bytes 17684 tot 18418.