Citaat | Hoge Raad 14 juni 2019
Onder 2.10.2. Hoge Raad 14 juni 2019
Een alinea uit Hoge Raad 14 juni 2019, ECLI:NL:HR:2019:816.
Bij de beoordeling van deze kwestie geldt met inachtneming van de hiervoor in 2.4.3 vermelde ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever het volgende uitgangspunt. Indien de belastingdruk in box 3 voor het jaar 2013 of het jaar 2014 hoger is dan het gemiddeld zonder (veel) risico’s haalbare rendement, worden belastingplichtigen voor het desbetreffende jaar op stelselniveau geconfronteerd met een buitensporig zware last in box 3 die zich niet met het door artikel 1 EP beschermde recht op ongestoord genot van eigendom verdraagt. Het gaat hierbij om het nominale rendement, zoals hiervoor in 2.6.2 is geoordeeld. Daarbij dienen inflatie en heffingvrij vermogen buiten beschouwing te blijven. Mede gelet op het toepasselijke tarief vormt de heffing van box 3 op stelselniveau dus een schending van artikel 1 EP indien het nominaal zonder (veel) risico’s gemiddeld haalbare rendement voor de jaren 2013 en 2014 lager is dan 1,2 procent.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8, en de alinea staat in dat document op bytes 20608 tot 21561.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eff418fd3571509cbbbc0ad22c10803d77f2ca533c681cca650552ff62f157b8 | shasum -a 256