Citaat | Hoge Raad 22 januari 2019
Onder 2.6. Hoge Raad 22 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:87.
Aan het middel ligt de opvatting ten grondslag dat een bijzondere voorwaarde als bedoeld in art. 14c, tweede lid onder 14°, Sr waarvan de naleving neerkomt op het ondergaan van een in de wet voorziene bijkomende straf, niet toelaatbaar is. Die opvatting is te beperkt en daarom onjuist. Het stellen van een bijzondere voorwaarde waarvan de naleving neerkomt op het ondergaan van een in de wet voorziene bijkomende straf, is alleen dan niet toelaatbaar indien oplegging van die straf in het concrete geval wettelijk niet mogelijk zou zijn of indien anderszins de wettelijke regeling van die straf op onaanvaardbare wijze wordt doorkruist. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake, gelet op de onder 2.3 genoemde wettelijke bepalingen en in aanmerking genomen dat ontzetting van het recht een beroep uit te oefenen mogelijk is indien het misdrijf van art. 308 Sr wordt begaan in de uitoefening een beroep, dat het Hof heeft vastgesteld dat de verdachte dit misdrijf heeft begaan in de uitoefening van haar werkzaamheden als gastouder, dat de bijzondere voorwaarde om geen werkzaamheden als gastouder te verrichten betrekking heeft op een periode van drie jaar, die dus de in art. 31, eerste lid aanhef en onder 2°, Sr genoemde maximumduur niet te boven gaat, en dat het niet-naleven van de bijzondere voorwaarde kan leiden tot tenuitvoerlegging van zestig dagen gevangenisstraf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0ef454d71bee4daf1db8118e8bbf7663faf133983b7023607a4b2b11c8f7413. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0ef454d71bee4daf1db8118e8bbf7663faf133983b7023607a4b2b11c8f7413, en de alinea staat in dat document op bytes 18735 tot 20134.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0ef454d71bee4daf1db8118e8bbf7663faf133983b7023607a4b2b11c8f7413 | shasum -a 256