Citaat | Hoge Raad 22 januari 2019
Onder 2.8. Hoge Raad 22 januari 2019
Een alinea uit Hoge Raad 22 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:87.
Opmerking verdient nog het volgende. Het Hof heeft geoordeeld dat in het onderhavige geval, gelet op de aard van de bewezenverklaring en de kwalificatie, een ontzetting van het recht om het beroep van gastouder uit te oefenen gelet op art. 28 Sr in verbinding met art. 309 Sr niet mogelijk is, kennelijk omdat niet is tenlastegelegd en daardoor niet is bewezenverklaard dat het misdrijf van art. 308 Sr is begaan in de uitoefening van dat beroep. Dat oordeel is onjuist. Voor de oplegging van de bijkomende straf van ontzetting van een recht om een bepaald beroep uit te oefenen als bedoeld in art. 28, eerste lid, Sr geldt niet als vereiste dat ten laste is gelegd - en dienovereenkomstig bewezen wordt verklaard - dat het misdrijf in die uitoefening van een beroep is begaan (vgl. HR 18 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4310, NJ 2000/589 met noot D.H. de Jong). Het is in de gevallen dat de wet de ontzetting van het recht een beroep uit te oefenen wegens het begaan van een misdrijf toelaat, toereikend dat van de omstandigheid dat het misdrijf is begaan in de uitoefening van het beroep ter terechtzitting is gebleken en dat de rechter in de motivering van zijn beslissing hiervan blijk geeft.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e0ef454d71bee4daf1db8118e8bbf7663faf133983b7023607a4b2b11c8f7413. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e0ef454d71bee4daf1db8118e8bbf7663faf133983b7023607a4b2b11c8f7413, en de alinea staat in dat document op bytes 20365 tot 21575.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e0ef454d71bee4daf1db8118e8bbf7663faf133983b7023607a4b2b11c8f7413 | shasum -a 256